Bekering

Dit artikel gaat over wat de Bijbel te zeggen heeft over het onderwerp van wedergeboorte.
En waarom deze wedergeboorte dan wel nodig zou zijn. 

Bijbelquotaties worden genomen uit de NBG vertaling van 1951, uitgezonderd Kolossenzen 2:11-14, deze komt uit de Statenvertaling.

In Romeinen hoofdstuk 1 vers 16 staat geschreven: “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek” 

Dit zijn krachtige woorden van Paulus als hij deze brief begint, in welke hij spreekt over de mens, zijn positie voor God, hoe deze mens van God gescheiden is door de zonde en hoe hij met God verzoend kan worden. 
Deze brief geeft veel inzicht in deze principes, misschien wel meer dan andere bijbelboeken. 
De bijbel leert dat de mens door de zonde zichzelf afgescheiden heeft van God. Dit word beschreven in o.a Romeinen 3, Romeinen 7 en andere plaatsen maar laten we deze twee bekijken. 

Rom. 3:9 Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld? In geen enkel opzicht; wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, 
Rom. 3:10 gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een, 
Rom. 3:11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; 
Rom. 3:12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een. 
Rom. 3:13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; 
Rom. 3:14 hun mond is van vloek en bitterheid vol; 
Rom. 3:15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, 
Rom. 3:16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen, 
Rom. 3:17 en de weg des vredes kennen zij niet. 
Rom. 3:18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen. 
Rom. 3:19 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, 20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen. 

Hier brengt de apostel Paulus hetgeen waarover hij gesproken had in Romeinen 1, 2, 3 samen door allen, Jood en Griek te beschuldigen dat zij de wet van God hadden overtreden. 
Hij spreekt hier over het principe dat allen schuldig staan voor God.

    1. “Dat zij allen onder de zonde zijn” 
    2. “Er is niemand rechtvaardig” 
    3. “Er is niemand die God zoekt” 
    4. “Allen zijn zij afgeweken” 
    5. “En de gehele wereld voor God strafwaardig zij” 

Hier zien we vijf punten die laten zien hoe wij voor God staan. 

In Jesaja 59 vers 1-2 staat geschreven: “Ziet de hand des Heeren is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet zwaar geworden dat het niet zou kunnen horen, maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden dat Hij niet hoort”. 

Dus onze zonden hebben een scheiding gebracht tussen ons en God. 
Dit is een heel cruciaal bijbels principe; onze scheiding met God door onze zonden. 
Het verhaal in de bijbel begint met twee mensen, Adam en Eva, die in een volle relatie met God stonden, twee mensen die in het hof van Eden geplaatst waren en volledig met God in contact waren. 
De mens was de kroon op de schepping. 

Genesis 1:26 getuigt: “En God zeide, laat Ons mensen maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis”
Niets dat God geschapen had voordat Hij de mens gecreëerd had, kwam overeen met de mens. 


    -Hij werd geschapen in het beeld en naar de gelijkenis van God. 
    -Naar Zijn eigen beeld, volledig in relatie met Hem 
    -Hier was eenheid. 

Maar er ging iets mis. De mens at van de boom der kennis des goeds en des kwaads, de boom waarvan God gezegd had dat zij niet mochten eten. 
Zij overtraden Gods gebod, vielen daarbij uit hun relatie met God en de oorspronkelijke eenheid tussen God en de mens verdween. 

Gen. 3:1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 Maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. 4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, 5 Maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. 6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. 7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; 

Hier lezen we wat er gebeurd is; Eva werd verleid door de slang, zag dat de vrucht goed was, at en gaf ook aan Adam.
Door deze daad werden zij afgesneden van God, zij hadden niet de relatie meer die zij hiervoor hadden. 
Eerst hadden zij een volle relatie, maar door deze daad die God hun verboden had, kwam er een scheiding tot stand. 

Maar laten wij eens verder kijken, want God had ook gesproken over de boom des levens die ook in de Hof van Eden stond. 

Gen. 3:22 En de Here God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven. 23 Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. 24 En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken. 

Als resultaat van hun daad werden zij uit het hof van eden gezet en deze werd bewaakt met Cherubim. 
Cherubim zijn Engelachtige wezens die de doorgang moesten bewaken, zodat Adam en Eva niet meer in het hof van Eden konden komen. 
Waarom? De boom des levens gaf hen eeuwig leven, maar dan wel in de staat waarin zij waren namelijk in de afscheiding van God en dat wilde God niet. 
God had betere plannen met de mens. God wilde nog steeds die relatie die Hij had met de mens voor de zondeval. 
We lezen in Openbaring, het laatste boek van de Bijbel in het tweede hoofdstuk vers 7. 

Openb .2:7 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is. 

De overwinnaars in het geloof mogen uitkijken naar een tijd met God op de nieuwe aarde en de nieuwe hemel, dan mogen zij weer eten van deze boom des levens, de boom die eeuwig leven geeft.
Ook in Openbaringen 22 vers 1,2 lezen wij weer over deze boom des levens. 

Openb. 22:1 En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. 
Openb. 22:2 Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalf-maal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren. 


Het plan van God voor de nieuwe aarde en de nieuwe hemel wordt ons gegeven in o.a. deze twee verzen.
We mogen dan weer eten van de boom des levens en in eeuwigheid met Hem leven.

Nu even terug naar waar we begonnen waren. 
De zonde was ertussen gekomen en dat moest goed gemaakt worden. 
God ging van hieruit een plan opzetten om die mens weer in een goede relatie met Hem te krijgen. 
Voordat we hier naar gaan kijken willen we nog naar Romeinen 7 om nog meer te ontdekken over wat de Bijbel over deze zonde in relatie tot de mens zegt. 

Paulus spreekt in Romeinen 7 vers 7-9 over de mens die vrijgemaakt is van de wet en nu in een relatie met God leeft door het geloof in Hem. 

Rom. 7:7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren. 8 Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood. 9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, 

Paulus zegt in vers 9:

    a. Ik heb eertijds geleefd zonder wet. 
    b. Toen kwam het gebod. 
    c. De zonde begon te leven. 
    d. Ik ben gestorven. 

Er was een tijd in het leven van Paulus, -toen hij kind was- dat hij niet onder de wet was.
Maar toen het gebod kwam, -op een leeftijd voor ons onbekend wanneer God een mens verantwoordelijk stelt voor zijn daden- begon in hem zelf de begeerte te leven om het kwade te doen en is hij gestorven. 
En zo gebeurt dat ook bij ons; er is een tijd in ons leven dat God ons een wet geeft om bij te leven en iedereen overtreedt deze wet. 
Deze wet is een wet die in ons geweten zit, en we hebben allemaal dingen gedaan dat ons geweten niet aanvaard. 

Zo zegt Paulus in Romeinen 3:23: “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods” 

En in Romeinen 6:23: Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

Allen hebben gezondigd en het loon van de zonde is de dood. Dit is wat de bijbel laat zien, maar de God laat het hier niet bij. God heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven zodat wij weer een eenheid met Hem mogen zijn, zodat wij weer met Hem mogen leven, zodat wij weer van de boom des levens mogen eten om eeuwig te leven.
Dit is Gods plan met ons, maar daar vraagt Hij wat voor. 
Hij wil dat wij onszelf weer met Hem verzoenen, het met Hem goedmaken. De breuk moet geheeld worden. 
Zoals een brug die opgeblazen is niet bruikbaar is en weer gemaakt moet worden om er weer overheen te kunnen rijden ,zo is dat ook bij ons leven. 
De scheiding moet hersteld worden. 
De bijbel laat zien dat wij door het offer van Jezus Christus weer in een rechte en een volledige relatie met Hem kunnen leven.

Romeinen 3:21-26

Rom. 3:21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden -26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. 

Deze tekst laat zien dat de rechtvaardigheid Gods openbaar is geworden door het geloof in Jezus Christus.
Het woord “rechtvaardigheid” betekent het karakter of de kwaliteit van het rechtstaan tegenover, dus zonder schuld. Iemand is gerechtvaardigd van een misdaad als hij er van wordt vrijgesproken. 
Dus hij of zij is niet schuldig meer. De rechtvaardigheid van God is dan geopenbaard door het geloof in Zijn Zoon Jezus Christus. 
De rechtvaardigheid door de wet kwam alleen als iemand deze helemaal kon volbrengen en dat kan en kon niemand. 
Dus is er een andere rechtvaardigheid getoond, en deze ontstaat door het geloof in Jezus Christus.

Zie ook Johannes 3:16-18

Joh. 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. 

Hier in deze tekst zien we ook dat eeuwig leven gegeven is door God, -door de offerande van Jezus Christus-, door het geloof van de mens in God. 
Dit is eigenlijk in een notendop het EVANGELIE VAN JEZUS CHRISTUS, dat wij gezondigd hebben en dat we in die staat afgescheiden zijn van God, maar dat God weer een weg gemaakt heeft dat wij weer een relatie met Hem mogen en kunnen hebben. 
Wat een wonderbaarlijke God, die ondanks het feit dat een mens zichzelf afscheidt van God, toch nog een weg geeft waarmee wij verenigd kunnen en mogen worden met Hem. 
Hier ligt de genade van God; dit is wat genade betekent; “een gift gekregen die wij niet verdiend hebben”. 
We hadden het over een brug die ingestort was. Die brug is ons leven en God is degene die hem weer heel heeft gemaakt. 
Door de dood, de begrafenis en de opstanding van Jezus heeft Hij de brug weer gemaakt; ons leven kan weer heel gemaakt worden als wij in Hem geloven. Dit is de wonderbaarlijke genade van God, die een mens weer met Hem kan verzoenen. 

Maar waarom Jezus: 

Hebr. 2:14,15

Hebr. 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, 15 en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. 


De Duivel had de macht over de mensheid, doordat wij gezondigd hebben en de zonde brengt de dood voort (Rom. 3:23, Rom. 6:23) dus de Duivel had de sleutels van leven en dood.
Maar door de offerande van Christus heeft Hij deze macht gebroken. 

2 Tim. 1:10.zegt: "doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie." 

1 Joh. 3:8. zegt: "wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou." 

Maar waar bestaat dit geloof precies uit? Wat heeft de bijbel nog meer te zeggen omtrent dit onderwerp? 
Wat moet een mens doen om behouden te worden? Is het een mentale verandering in ons denken of komt er meer bij kijken? 
Laten we het boek van Handelingen eens bekijken en laten we eens kijken naar de mensen die hier gered werden en wat zij precies deden. 
In het boek van Handelingen worden 9 verhalen gegeven over mensen die zichzelf tot God bekeerden. 

Vijf elementen komen hieruit naar voren. 
Horen van het evangelie, geloof in het evangelie, de bekering tot God, de belijdenis en de doop. 

    -Het horen van het Evangelie Rom. 10:17 
    -Geloof in het Evangelie Joh. 3:16, Rom. 3:21 
    -Bekering Handl. 2:38, 17:30, 2 Pet. 3:9 
    -Belijdenis Rom. 10:9-10, 
    -Doop Mark 16:16, Rom. 6:1-10, Koll. 2:11-12, 
    -1 Pet. 3:21, Titus 3:5-7 

Laten we deze vijf elementen eens nader bezien op een meer gedetailleerde manier. 

Laten we een “X” in de box achter het verhaal zetten om een overzicht te krijgen als dit item in het verhaal voorkomt

Horen Geloven Bekeren Belijden Dopen
Op de Pinksterdag Handl. 2:37-38
Simon de Tovenaar Handl. 8:12-13 
De Kamerling Handl. 8:35-19 
Cornelius Handl. 10:44-48 
Lydia, de purper- verkoopster  Handl. 16:14-15 
De gevangenen- bewaarder Handl. 16:25-33 
Crispus Handl. 18:8
De Efeziers Handl. 19:1-5
De Apostel Paulus Handl. 9:3-19 +22:6-16

1. Horen.

Rom. 10:13 want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? 15 En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen die een goede boodschap brengen. 16 Maar niet allen hebben aan het evangelie gehoor gegeven. Want Jesaja zegt: Here, wie heeft geloofd wat hij van ons hoorde? 17 Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus. 18 Maar ik vraag: hebben zij het dan niet gehoord? Zeer zeker: Over de ganse aarde is hun geluid uit-gegaan en tot de einden der wereld hun woorden. 

Hier komt uit naar voren dat wij deze boodschap moeten horen om tot het geloof daarin te kunnen komen. 
Degenen die het Woord in deze wereld verkondigen zijn instrumenten in Gods hand om anderen deze mooie boodschap te kunnen laten horen. 

Hand. 8:1 En Saulus stemde in met zijn terechtstelling. En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. 2 En vrome mannen droegen Stefanus ten grave en bedreven grote rouw over hem. 3 En Saulus verwoestte de gemeente, en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis. 4 Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende. 

Hier vinden wij ook dat de mensen die verstrooid waren door de verwoesting van Saul (later Paul), het land doorgingen HET WOORD VERKONDIGENDE.
Waarom was dat? Omdat de mensen de goede boodschap van het Evangelie moesten horen, de goede boodschap van redding. Deze boodschap moest gepredikt worden, de gelovigen werden verstrooid en de boodschap ging overal heen voor de redding van de mensheid. 
Om het te zeggen in de woorden van Romeinen 10:17: “Zo is het geloof uit het horen en het horen door het woord Gods”. 

2. Geloof

Over dit onderwerp is al eerder wat gezegd, maar we zouden er nog graag wat aan toe willen voegen. 

Rom. 3:21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden - 26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. 

Deze tekst zijn we eerder tegengekomen, maar hij is heel belangrijk. 
Het geloof is hetgeen wat onze rechtvaardigmaking brengt. 
Door het geloof in Hem worden wij weer verzoend met Hem. 

Een andere tekst. 

Hebr. 11:1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. 2 Want door dit (geloof) is aan de ouden een getuigenis gegeven. 3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. 6 maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken. 

Hier wordt gesproken over wat geloof is.
Het is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
Ook vinden we hier dat er geschreven staat dat het zonder geloof onmogelijk is Gode te behagen. 
Door het geloof in Hem vinden wij een relatie met Hem. 

Efeze 2:8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme. 

Hier komt uit naar voren dat wij zalig zijn geworden DOOR HET GELOOF en dat uit genade. 
Wij waren in een staat van afscheiding van God en in die staat kunnen wij niks doen om onszelf te behouden. Alleen door Gods werk, het zenden van Zijn Zoon, en door het geloof in Hem kunnen wij zalig worden. 
Dit is ook waarom het Evangelie GOED NIEUWS genoemd wordt, het is het goede nieuws voor de mensen dat zij verenigd kunnen worden met God. 

3. Bekering

Bekering is het proces waar een zondaar zich tot God keert, samen met een verandering van leven en wandel. 
Zijn leven krijgt nu een andere indeling, zijn leven krijgt een ander doel. Hij zal zijn leven gaan leiden in het licht van Gods woord. 

Het houdt een re-orientatie in over het leven wat geleefd is. Realiserend dat dit een zondig leven was, keert men zich nu tot God en volgt Hem. 

Lukas 3:7 Hij sprak dan tot de scharen, die uitliepen om zich door hem te laten dopen adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? 8 Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden. En gaat niet bij uzelf zeggen: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken. 9 Ook ligt reeds de bijl aan de wortel der bomen. Iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. 10 En de scharen vroegen hem, zeggende: Wat moeten wij dan doen? 11 Hij antwoordde en zeide: Wie een dubbel stel klederen heeft, dele mede aan wie er geen heeft, en wie spijzen heeft, doe evenzo. 12 Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen en zij zeiden tot hem: Meester, wat moeten wij doen? 13 Hij zeide tot hen: Vordert niet meer dan u voorgeschreven is. 14 En ook die in krijgsdienst waren, vroegen hem, zeggende: En wat moeten wij doen? En hij zeide tot hen: Plundert niemand uit en perst niets af en weest tevreden met uw soldij. 

Met deze tekst worden we bekend met het principe van bekering. 
Er wordt gevraagd om vruchten die aan de bekering voldoen. 
Dus bekering is de verandering in ons leven, die gepaard moet gaan met vruchten. 
Het is een totale levensverandering die voortkomt uit de overtuiging dat God is.
Handelingen 2 vers 37 zegt: " Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?" 
Hier op de Pinksterdag werden de mensen zo getroffen in het hart door de boodschap van Petrus. Zij geloofden de boodschap die hij tot hun sprak, zodat zij de vraag stelden: “Wat moeten wij doen?” 
Dit is wat deze overtuiging wil doen; Hij resulteert in de vraag hoe dat ons leven zal beïnvloeden en wat wij moeten doen. 
En dan het antwoord van Petrus is: “Bekeert u…” 
En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. 
Geloof in God brengt de bekering te weeg, een inkeer dat ons leven gevuld was met dingen en werken die Gode niet welgevallig waren en die we dan willen veranderen. 
Laten we een andere tekst overdenken. 

2 Kor. 7:8 Want al heb ik u door mijn brief bedroefd, ik heb er geen spijt van. Mocht ik er spijt van gehad hebben, ik zie, dat die brief u, indien al, dan toch slechts tijdelijk bedroefd heeft; 9 thans verblijdt het mij, niet, dat gij bedroefd zijt geworden, maar dat de droefheid u tot inkeer heeft gebracht; want gij zijt bedroefd geworden naar Gods wil, zodat gij generlei nadeel van ons hebt geleden. 10 Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood. 11 Want zie toch, wat juist deze ervaring van droefheid naar Gods wil u gebracht heeft: welk een ernst, meer nog, verontschuldiging, verontwaardiging, vrees, verlangen, ijver, bestraffing. Gij hebt in allen dele doen blijken, dat gij zuiver stond in deze zaak. 

Er was zonde in het leven van de leden van de gemeente in Korinthe en Paulus moest daar wat van zeggen. 
In de eerste brief had hij hun daarmee geconfronteerd en dat had wel verdriet en droefheid bij hun teweeggebracht. Ze werden geconfronteerd met zonde in hun leven en Paulus had daar geen woorden voor. 
Maar hun droefheid en verdriet was een droefheid en verdriet tot bekering. 
Dus ondanks het feit dat de woorden van Paulus moeilijk waren, waren ze goed geweest omdat het goddelijke bekering teweeg had gebracht. 
Laten we de vruchten eens bekijken volgens deze tekst.

Ernst Om de zonde uit hun midden weg te halen en een naarstigheid om het goede te doen. 
Een verandering van levensstijl, een begeerte om het goede te doen, werd vanaf nu het doel in hun leven. 

Verontschuldiging Er ontstond een verontschuldiging vanuit henzelf over hetgeen wat er voorgevallen was., wat in hun geval goddelijke bekering voortbracht. Het bracht in hen voort dat zij deze zonde uit hun midden weghaalden. Het werd een schaamte. 

Verontwaardiging Waar zij voorheen geen problemen hadden over hetgeen gebeurd was, ontstond er nu een verontwaardiging over hetgeen er voorgevallen was. Het had een afkeer in hun geschapen voor die zonde., een afkeer voor al het kwade had het bij hun gecreëerd. 

Vrees Dat het kwade nooit meer herhaald zou worden. Een vrees tegenover God. 

Verlangen Een intens verlangen was gecreëerd om het goede te doen. Dit is wat bekering doet, een wijken van het kwade en een aanhangen van het goede en dit met verlangen. 

IJver Deze kwaliteit vloeit voort uit de vorige kwaliteit. Er werd een verlangen gecreëerd om het goede te doen en dit werd ook de ijver in hun leven, een ijver om het goed te volgen en het kwade te mijden. 

Bestraffing (Wraak ) Dit verlangen en deze ijver had weer als reactie dat er een bestraffing kwam over het kwade wat er gebeurd was en al het ander kwaad.

Wat we van deze woorden kunnen leren is dat bekering het wijken van het kwade is en het aanhangen van het goede. 
Elk woord wat hiervoor beschreven is volgt elkaar als het ware op, het ene is het gevolg van het ander. En het eindigt allemaal in het doen van de wil des Heren en dat is gelijk aan het wijken van het kwade. 

4. Belijdenis

Rom. 10:9 Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; 10 want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. 


Het belijden van het geloof is ook een belangrijk principe in het bekeringsproces. 
We zien het in het verhaal van de Kamerling ook gebeuren en het word vaak gevraagd als iemand gedoopt word. En op zijn of haar belijdenis word er gedoopt.

5. De Doop

De doop is het laatste waar we naar gaan kijken in het proces van bekering. 
Door de doop gaan wij over van de zonde -of het Koninkrijk van het kwade- in het Koninkrijk van zijn geliefde Zoon. 

Kol. 1:12 en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht 13 Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis En overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, 

Wat we van dit voorbeeld hierboven zien is dat we door horen, geloof, bekering, belijdenis en de doop overgezet worden vanuit het Koninkrijk van het kwade in het Koninkrijk van Zijn geliefde Zoon. 

Meer over de doop. Romeinen 6:3-11 

Rom. 6:3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn in Zijn dood gedoopt zijn. 4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. 5 Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; 6 dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; 7 want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. 8 Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, 9 daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. 10 Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. 11 Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. 

Laten we ons eens op deze woorden concentreren. 

-Door de doop worden wij met hem begraven, daaruit ontstaat een opstanding die ons in nieuwheid van leven laat wandelen. 
-Zoals Christus gestorven en opgestaan door de kracht van God, als iemand gedoopt wordt vind er ook een sterven en een opstanding plaats 
-Een sterven van het oude leven en een opstaan in het nieuwe leven. 
-WANT DIE GESTORVEN IS, IS RECHTENS VRIJ VAN DE ZONDE. 
-Door de opwekking heeft de dood geen heerschappij meer over de mens. 
-Zolang wij niet gedoopt zijn heerst de zonde en de dood nog over ons 
-Door de doop sterven wij en zijn wij dood -voor de zonde- maar levend voor God. 

Kollossenzen 2:11-14 

Kol. 2:11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; 12 Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met [Hem] opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. 13 En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en [in] de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al [uw] misdaden u vergevende; 14 Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen [bestaande], hetwelk, [zeg ik], enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende; 

    -Besneden met een besnijdenis die zonder handen geschied, in de uittrekking van het lichaam der zonde des vlezes. (Vergeving) 
    -Door de doop worden wij vergeven en zijn wij vrij van de dood die ons door de zonde in zijn macht hield. 
    -Dit gebeurd door een combinatie van doop en geloof. 
    -Wij zijn door de doop weder levend gemaakt en onze zonden zijn vergeven. 
    -En hierdoor is uitgewist hetgeen wat tegen ons was, namelijk de dood door de zonde. 

Voor andere belangrijke passsages over de doop: Joh. 3:5, Mark. 16:16, Titus. 3:5-7, 1 Kor 12:12-14.

Laten we besluiten met Efeze 2:4-9 

Efeze 2:4 God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, 5 ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, - door genade zijt gij behouden -, 6 en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, 7 om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus. 8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme. 

Als wij Christen worden kunnen wij alleen maar zeggen dat dit uit de genade Gods is. 
Wij kunnen zelf niet onze eigen zaligheid bewerken, alleen door ons in alle nederigheid aan God over te geven door het voorbeschreven proces mogen wij geloven dat wij gerechtvaardigd zijn van hetgeen wij onszelf niet konden rechtvaardigen. 
Want wij waren in een doodstaat en GOD heeft zelf zijn grote genade getoond door ons een manier te geven zodat wij weer levend kunnen worden.

Ten laatste: 

In veel kringen word wel de volwassendoop geleerd maar niet voor de redenen die de Bijbel aangeeft. 
Er word gedoopt omdat iemand al behouden is en omdat iemand al vergeven is, maar de Bijbel leert dat iemand gedoopt moet worden voor DE VERGEVING VAN ZONDEN en niet omdat hij al vergeven is. 

Copyright © 2019 Gert-Jan van Zanten · Webdesign by BinR
All Rights Reserved · webbijbel.nl
Hosted by VDX

 

Naar boven